Vooruit met het industrieel beleid

Tijd voor een andere route

De Europese economie belandt van de ene uitdaging in de andere, met de coronapandemie, het conflict in Oekraïne en de energiecrisis als uitschieters. De gevolgen laten zich voelen. Zo staan internationale toeleveringsketens onder druk, gaan sommige markten (gedeeltelijk) op slot door import- en exportrestricties, en wordt onze energiebevoorrading in allerijl herzien.

In dat volatiele speelveld blijft Europa ambitieus. Denk bijvoorbeeld aan de doelstellingen binnen de groene en digitale transitie. Maar hoe moeten we dat allemaal klaarspelen zonder in te boeten aan aantrekkelijkheid en competitiviteit ten opzichte van de VS en Azië?

De wil is er. Dat blijkt uit de lancering van het EU Green Deal Industrial Plan (EU GDIP) begin 2023. Nu moeten we de daad bij het woord voegen.


In de weegschaal: snelheid, overleg en volledigheid

Met het EU GDIP wil Europa volop een voortrekkersrol opnemen in de markt van klimaatneutrale technologieën. Deze doelstelling is alvast legitiem, want volgens het Internationaal Energie Agentschap zal de wereldmarkt voor dit soort technologieën verdrievoudigen tegen 2030.

Het succes van het plan hangt nu af van een aantal factoren:

Snelheid – Willen we écht meespelen, dan is het essentieel om snel de nodige fondsen vrij te maken en de doorlooptijden van de procedures verder in te korten. Het tempo waarmee we vooruit moeten gaan en de vorm waarin Europa de steun toekent, zijn even belangrijk als de grootte van de enveloppe. Let wel: een te soepel systeem voor staatssteun ondermijnt de werking van de interne markt en dreigt voornamelijk grote lidstaten ten goede te komen.

Overleg – Het EU GDIP bestaat uit 4 pijlers: regelgeving, financiering, skills en handel. De concrete invulling daarvan is momenteel in de maak. Ter illustratie, in de pijler regelgeving liggen 3 belangrijke teksten op tafel: de Net-Zero Industry Act, de Critical Raw Materials Act en de Electricity Market Design. Deze teksten bepalen welke materialen, producten en technologieën strategisch zijn en straks steun kunnen krijgen. Om het beoogde doel te bereiken, is het belangrijk dat de uitwerking coherent gebeurt en in overleg met alle stakeholders gebeurt.

Volledigheid – Een doeltreffend industrieel beleid omvat veel aspecten. Met subsidies en projectfinanciering alleen komen we er niet. Europa zal ook actie moeten ondernemen op het vlak van onder meer energiebevoorrading (zie hoofdstuk Energie en klimaat) en internationale handel (zie hoofdstuk Internationaal ondernemen).

Coherentie – De EU zal in de komende beleidsperiode moeten werken aan meer coherentie tussen de verschillende beleidsdomeinen. Hoe vollediger en meer gealigneerd, hoe meer kans op slagen.


Roadmap naar duurzame welvaart

Financiële instrumenten, gelijk speelveld en holistische aanpak

#1 Oefen invloed uit op álle aspecten van competitiviteit

Industrieel beleid is meer dan subsidies alleen. Agoria vraagt Europa om op de verschillende parameters van competitiviteit te werken: werking interne markt, markttoegang buiten de EU, regelgeving, energie- en grondstofprijzen, etc.

Nieuwe Europese initiatieven moeten voldoende aandacht hebben voor onderlinge coherentie en coherentie met reeds bestaande wetgeving. Verder moeten ze gepaard gaan met een competitiviteitscheck1.

1 EU Employers welcome Commission’s decision to introduce a competitiveness check in EU policy and law-making - Joint press release by the EESC Employers’ Group, BusinessEurope, SMEunited and SGI Europe | BusinessEurope

#2 Evalueer de bestaande financiële instrumenten

Zijn de huidige financiële instrumenten doeltreffend genoeg? En welke vertonen neveneffecten, zoals verstoringen van de interne Europese markt? Deze en andere vragen moeten de kern worden van een uitgebreide analyse door de Europese Commissie, in samenspraak met de betrokken industriële sectoren. Wijzen de resultaten op een suboptimaal systeem, dan vraagt Agoria om een coherente hervorming van de diverse Europese fondsen op basis van de nieuwe prioriteiten.

 

#3 Hou de ogen open voor andere en aanvullende behoeftes

Als uit de analyse van het systeem aan financiële instrumenten blijkt dat er andere of aanvullende behoeftes zijn, dan staat Agoria achter de ontwikkeling van duurzame financieringsoplossingen. Die moeten duidelijke doelstellingen, KPI’s en procedures bevatten, én middelen toewijzen per project – niet per land.

#4 Cofinancier IPCEI’s vanuit Europa

Important Projects of Common European Interest (IPCEI) zijn een nuttig instrument om O&O&I en de eerste industriële toepassingen van sleuteltechnologieën (batterijen, waterstof, etc.) in Europa te ondersteunen. Wel zijn het in de eerste plaats de lidstaten die deze IPCEI’s financieren, wat tot verstoringen tussen lidstaten en bedrijven leidt.

Agoria vraagt daarom een systematische cofinanciering uit een fonds van de Europese Unie, zodat we een gelijk speelveld garanderen. Ook de governance van de IPCEI’s kan beter: transparantere definitie van nieuwe IPCEI’s, sterkere coördinatie door de Commissie, bepaling van heldere KPI’s, etc.

#5 Vermijd onproductieve staatssteun

Agoria is tegen een te verregaande versoepeling van het staatssteunkader. Financiële instrumenten moeten in de eerste plaats voor een gelijk speelveld zorgen. Dat zal de competitiviteit van de Europese industrie op de lange termijn ten goede komen.

Scope

#6 Kies voor volledigheid

Voor de uitwerking van alle strategische domeinen binnen het industrieel beleid vraagt Agoria om rekening te houden met de volledige waardeketen en de verschillende industriële actoren die er deel van uitmaken.

Regelgeving

#7 Geef kmo’s voldoende ademruimte

Ondernemingen staan voor een hele reeks nieuwe verplichtingen. Het is essentieel om de meerwaarde ervan tijdig te evalueren en zeker kmo’s de nodige ruimte te gunnen om eraan te voldoen.

Technology for a better world

Een Europees Industrieel Beleid moet ons in staat stellen om competitief te zijn en zo duurzame meerwaarde te creëren, alsook om volgende engagementen te realiseren: een gemiddelde, jaarlijkse groei van de technologische industrie in toegevoegde waarde van 2,2% tegen 2030, en een gemiddelde, jaarlijkse groei van de maakindustrie van 1% tegen 2030.

Lees onze aanbevelingen voor andere beleidsniveau's